week van 13 juli

13-07-2020

De kwartaal cijfers komen eraan.

In de afgelopen week zagen we hoop en vrees elkaar afwisselen. De hoop won uiteindelijk. De beleggers hopen dat het Coronavirus snel overwonnen wordt en dat het leven weer zijn normale gang kan gaan. Veel landen versoepelen de maatregelen en bedrijven kunnen langzaam maar zeker weer open zonder al teveel restricties. Helaas zijn er ook landen waar het virus weer de kop op steekt en dat hield de beurzen de afgelopen week druk bezig. Uiteindelijk wonnen de optimisten het van de pessimisten. Alle drie de grote indexen in Amerika konden in de plus sluiten voor de week. De Dow-Jones won voor de week 0,96%. De S&P 500 deed het iets beter met een stijging van 1,76%. De absolute winnaar was de Nasdaq. Deze index steeg voor de week met 4,01%.

 

Voordat we ons bezig houden met de titel van deze nieuwsbrief een punt dat ons dwars zit. Namelijk de manier waarop de beurzen momenteel omhoog gaan. Natuurlijk is bijna iedereen blij als de indexen stijgen. Zeker als dat stap voor stap gebeurt en op een ordentelijke manier. Wat ons in de afgelopen weken opvalt, is echter een ondertoon waar we zenuwachtig van worden. De Dow-Jones en de S&P 500 stijgen beiden ongeveer hetzelfde. De S&P 500 doet het iets beter dan de Dow-Jones en dat is niet raar. Dat de Nasdaq grotere uitslagen laat zien dat de Dow-Jones en de S&P 500 is op zichzelf ook niet raar. In de Nasdaq zijn meer aandelen die snel kunnen groeien omdat ze zicht bezig houden met de technologie, wat snel kan veranderen. Maar sinds de opmars van maart, zien we dat de Nasdaq echt fors beter presteert dan de andere twee indexen. Op zich prima. Maar als we de zes fondsen eruit halen die het hardst zijn gestegen, dan zien we dat de Nasdaq maar nauwelijks positief is. Er zijn dus meer aandelen die negatief noteren ten opzicht van 1 januari dan dat er bedrijven zijn die hoger staan. Kortom de Nasdaq wordt opgedreven door een handje vol aandelen. (Netflix, Apple, Microsoft, Amazon en Google). Deze fondsen worden nagejaagd, zover zelfs dat geen enkele waardering nog redelijk is. Op alle vlakken zijn deze aandelen veel te ver opgelopen en zijn volgens de ouden maatstaven veel te duur en rijp voor een correctie. Dat zijn ze al een paar weken, maar niemand kijkt ernaar. Tenminste, geen enkele handelaar kijkt ernaar. De vermogensbeheerders wel en blijven langs de zijlijn staan. De meer ervaren beleggers denken terug aan de tijd dat er de beruchte internet bubbel was op de beurzen. Overal waar punt com achter stond vloog omhoog. Totdat het niet meer verder ging en de markten in elkaar storten. Achteraf gezien waren er een aantal waarschuwingssignalen. Allereerst liep de Nasdaq vel sneller op dan de andere indexen. Veel beleggers waren particulieren en deden daghandel. In de laatste fase waren het maar een paar aandelen die de beurzen lieten oplopen. Kortom dezelfde situatie als dat we nu hebben. Betekent dat we nu in elkaar storten? Dat hoeft niet. Of de beurzen zakken fors weg, waarbij de hoogvliegers de hardste klappen krijgen. Of de beurzen pauzeren en geven de bedrijven de tijd om met goede cijfers naar buiten te komen. We hopen dat de markten het laatste kiezen. Maar in de euforie kunnen de beurzen lang blijven stijgen, dus de markt correct voorspellen is bijna niet te doen. Dat er mooie cijfers komen, gaan we in de komende weken zien. Vandaag, maandag 13 juli komt Coca Cola als eerste met de tweede kwartaal cijfers. De algemene verwachting is dat de kwartaal cijfers desastreus zullen zijn. Men verwacht een gemiddelde daling van 44% ten opzichte van een jaar geleden. De financiële waarden zullen naar verwachting meer verliezen. Daar verwacht men een daling van 52% ten opzichte van een jaar geleden. Kortom de komende weken zullen samen met het nieuws omtrent het virus draaien om de kwartaal cijfers. Meestal zien we een kentering in de markten door een situatie. Kwartaal cijfers is zo een situatie. Even een korte samenvatting van de punt com bubbel. Tussen 1995 en 2000 steeg de Nasdaq van 1.000 punten naar boven de 5.000 punten met een piek op 10 maart 2000 van 5.048,62 punten. Op 4 oktober 2002 stond de Nasdaq index op 1.139,90 punten een daling van 76,81%. Ook de grote namen zoals toentertijd Cisco, Intel en Oracle verloren in die periode meer dan 80% van hun waarden. Het koste de Nasdaq 15 jaar om weer boven het slot van 10 maart 2000 te komen. Wij verwachten niet zo een drama, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee.